BLOG

11

okt

Rechters van de toekomst

0 Comment| 1 Likes

De toekomst van de rechter, de rechter van de toekomst, dat was het thema dit jaar van de De dag van de rechtspraak in Tivoli, Utrecht. Een congres voor rechters met speeches en diverse workshops. Wij gingen speciaal voor de workshop van de jongerenrechtbank.

Op de foto zie je de vier leden van de jongerenrechtbank die in gesprek gingen met een zaal vol rechters (Marjan en Ilias van het Comenius lyceum en Justine en Sem van het Sint Ignatius gymnasium).

In hun midden zie je collega-rechter Jan Moors en links (uit beeld) zat collega-rechter Judith Uitermark. Projectleider Kim Roelofs stond aan de rechterzijde om de jongerenrechtbank in te leiden en af en toe iets te verduidelijken over achtergrond en proces.

Het gesprek werd geleid door, Herma Rappa-Velt, bestuurslid van de Raad voor de Rechtspraak.Na de inleiding van Kim vroeg Herma wie van de aanwezigen een zaak van het eigen kind aan de jongerenrechtbank zou toevertrouwen. Vrijwel iedereen stak zijn hand op.

Daarna werd de casus over sexting besproken. (Casus: Nadat de relatie tussen een jongen en meisje van allebei 15 jaar was uitgegaan, had de jongen uit boosheid de naaktfoto’s van het meisje op social media verspreid.) Eerst was het aan de leden van de jongerenrechtbank om te vertellen hoe zij de casus zouden aanpakken. Daarbij wisten zij keer op keer hun punt te maken. Over de voordelen van herstelrecht, over de voordelen van een gesprek tussen gelijken, over de waarde van herstel in de klas, over het betrekken van het slachtoffer in de herstelvoorstellen en herstelacties. Dat deden zij om beurten met een rust, gezag en vanzelfsprekendheid die ons (toch nog) verrasten en ons plaatsvervangend trots deden voelen.

Daartegenover stelden de rechters, die de sexting aanmerkten als het in bezit hebben en verspreiden van kinderpornografie, een straf van 100 uur werkstraf waarvan 50 uur voorwaardelijk.

Het publiek bleek desgevraagd na afloop nog steeds bereid een zaak van het eigen kind aan de jongerenrechtbank toe te vertrouwen. Daarna nam een wijkagent, die vreemd genoeg ook in de zaal bleek te zitten, het woord en hield een kort pleidooi voor HALT. Daar werden immers de ouders bij betrokken, zo zei hij. Hij kreeg bijval van een andere workshopdeelneemster (rechter?). Zij vond het belangrijk dat de ouders ter verantwoording worden geroepen en dacht dat dat bij HALT zou gebeuren.

Kim verduidelijkte dat ook bij de jongerenrechtbank de ouders betrokken worden: hun toestemming wordt immers gevraagd en zij worden uitgenodigd bij de zitting aanwezig te zijn. De leden van de jongerenrechtbank repliceerden heel rustig dat (i) bij HALT het betrokken meisje niet volwaardig meedoet: ‘ waar blijft zij dan?’  en dat (ii) de zaak bij HALT wederom uit handen wordt gegeven aan een instantie buiten de eigen gemeenschap waar het herstel moet plaatsvinden.

’s Avonds appte Jan Moors: je kunt trots zijn op deze kinderen! Ik vond ze steengoed.

Maria Leijten en Gaby Crince Le Roy